afc Taba — Het Grasmat

 

De Volkskrant, maandag 16 oktober 2000
door Jan van Capel

De Noor Simon Agdestein is zonder twijfel de beste schaker onder de voetballers en tegelijk de beste voetballer onder de schakers. Een tiental jaren geleden speelde hij in het Noorse voetbalelftal en nam hij ook deel aan vele internationale schaaktoernooien. Hij is een sterke grootmeester. De combinatie voetballen-schaken is niet zo normal. Voetballers klaverjassen doorgaans liever, of ze doen nog eenvoudiger kaart- en gokspelletjes om hun vrije tijd door te brengen. De Amsterdamse schaakclub Het Grasmat is niettemin voortgekomen uit een initiatief van een paar voetballers.

Dertien jaar geleden. Twee spelers van TABA (in 1933 opgericht door een aantal tabakshandelaren uit de Nes en daarom vroeger officieel Tabak geheten) houden naast het voetbal ook van schaken. Terwijl de medespelers na de donderdagse training gaan kaarten, pakken Stef van der Laan en Aad Verkaaik het schaakbord dat pas diep in de nacht weer wordt opgeborgen.
Omdat hun elftal uit elkaar dreigt te vallen – ze worden allemaal een dagje ouder – besluiten de twee een echte schaakclub op te richten. De onderlinge band kan dan zo intact blijven, want schaken is niet zo aan leeftijd gebonden als voetballen.

Je hebt het herdersmat, het zeekadettenmat, dus als naam wordt bedacht “Het Grasmat” (idee van speler van het eerste uur John Eshuis). Voor niet-schakers: mat betekent dat een koning zodanig staat aangevallen dat-ie nergens meer een veilige plek heeft, schaakmat staat dus. Een stuk gras wordt ook wel aangeduid als een grasmat, zeker als daar op wordt gevoetbald. “Het Grasmat” is te beschouwen als een speelse combinatie van een en ander.

Ze beginnen zoals gebruikelijk in de laagste klasse van de Schaakbond Groot-Amsterdam. Al snel begint de vereniging te groeien, vooral dank zij mond-tot-mond reclame. Ook komt het voor dat spelers van een tegenstander het bij de club zo gezellig vinden dat ze naar Het Grasmat overstappen. Er spelen nu vijf teams (van acht) in de competitie, het eerste in de tweede divisie van de landelijke KNSB.

Gezelligheid is bij de club van het grootste belang. Het Grasmat is waarschijnlijk de enige schaakclub in Nederland waar op clubavonden muziek te horen is, klassiek dan wel pop, afhankelijk van de heersende stemming. En er mag worden gepraat en gerookt.

Om de week wordt een theorie-avond gehouden waar een speler van het eerste een partij of een stelling bespreekt. Maar de sessie begint pas als degenen die dat willen eerst gezamenlijk hebben gegeten. Voorzitster Adrienne Cramer, een van de vier vrouwen op de club, kookt dan in de TABA-kantine op Sportpark Drieburg in Amsterdam-Oost een eenvoudige doch voedzame maaltijd. Veel leden komen rechtstreeks uit hun werk, zodoende.

Schakende voetballers geven de aanzet tot Het Grasmat, later komen daar vooral pure schakers bij. De banden met het voetbal zijn intussen vriendschappelijk gebleven. Het Grasmat staat bekend als een van de goedkoopste schaakverenigingen. Voor de voetbalkantine hoeft namelijk geen huur te worden betaald en dat scheelt nogal in de kosten. De leden moeten wel zelf de bar bedienen en de opbrengst is voor TABA.

De schakers en voetballers helpen elkaar trouwens over en weer. Op het jaarlijkse voetbaltoernooi van TABA verzorgen schakers de kantine en bij een schaaktoernooi doen de voetballers hetzelfde. Een jaarlijks hoogtepunt is het Pinkstertoernooi dat drie dagen in beslag neemt. De finale wordt gespeeld op de middenstip van het eerste veld van TABA. Twee schakers eenzaam midden op het voetbalterrein. Kinderen van de spelers lopen heen en weer naar de kantine om de zetten door te geven. De partij wordt daar op een demonstratiebord door de andere deelnemers gevolgd en besproken. Bij slecht weer wordt op de middenstip een tentje neergezet. Want traditie is traditie en daar hoort de finale op de middenstip bij. Op de grasmat.

248