13apr2014
 

Jonah van Tilborg aan de bal

Het was afgelopen zondag een wonderbaarlijke ochtend op Sportpark Drieburg. De lente hing in de lucht, de deuren van de Taba kantine stonden wijd open, de reclameborden glommen en het voorheen enigszins kwakkelende C1 elftal herrees als nooit tevoren. Enkele tekenen daarvan waren er vorige week al bij de 0-5 uitoverwinning tegen de dames van Buitenveldert. Opvallend daarbij was dat onze jongens zich in deze wedstrijd uitermate keurig gedroegen, alsof ze met gepoetste voetbalschoenen in jacquet op een receptie stonden. Hoe anders was het nu. Met het mes tussen de tanden traden ze aan tegen de boomlange opponenten van Almere City. Plots leek de C1 een vechtmachine a la Atletico Madrid met coach Amir als een heuse Diego Simeone langs de lijn. Ouders keken elkaar verbaasd aan. Was de geest uit de fles? Was er sprake van een geheim drankje? Er werd getackeld en gesleurd en vaak fijnzinnig gecombineerd. Al na vijf minuten lag de bal in het mandje. Het resultaat van een vlijmscherp uitgevoerde attaque; een strakke voorzet van de uiterst behendige buitenspeler Faris werd door de strak gecoiffeerde spits Jonah van Tilborg binnengetikt. De enkele maanden met een vormcrisis worstelende schaduwspits herrees als een phoenix uit zijn as. Kort daarop prikte hij gedecideerd de 2-0 binnen. Toch waren we nog steeds beducht en niet zeker van de zaak. Zeker nadat Almere met een afstandsschot tot 1-2 terugkwam. Herinneringen aan de uitwedstrijd in het altijd winderige en koude Almere, waar een 2-0 voorsprong uit handen werd gegeven en we uiteindelijk met 5-2 verloren, kwamen boven. Een paar wolken in het zwerk boven de populieren leken die bange gedachten te onderstrepen. Dat bleek echter buiten de waard en onze jongens gerekend. En spits Jonah die nog voor de rust nogmaals door de verdediging dartelde om voor een heuse hattrick te zorgen.

Na de thee bleef Sven sleuren op het middenveld, maakte Raphael sliding na sliding, dook Jomme overal op en werd verder elke uitbraak van de Almere boys ‘kaltgestellt’ door achterhoedespelers als Davis, Elmer en Herman, met Lloyd als zekere sluitpost. Ieder had zijn deel, er was er niet een die versaagde, het was een uitermate opbeurende collectieve prestatie die het doemdenken van een even toch wat kwakkelend elftal in deze kwakkelwinter verjoeg. Het was voorjaar en het zou voorjaar blijven, zeker nadat de dekselse Jonah ook nog eens voor de 4-1 eindstand zorgde.

186