15jul2009
 

Voetbal & Seks

#215 – juli 2009

De Tuinstraat
Dit wordt de laatste keer. Ik daal de trap af, mijn voetspullen in het rugzakje op mijn rug. De trainingsschoenen al aan, dat scheelt weer slepen. Fiets van het slot en richting Prinsengracht. En dan de mooie route. Alles moet zijn zoals het meestal was. Nog eenmaal.

De Prinsengracht
Hoe lang heb ik nou bij TABA gespeeld? Zo’n 23 jaar, denk ik. En ik heb me er prima vermaakt. Veel interessante mensen ontmoet. Vrienden gemaakt. En vooral oude vriendschappen bestendigd. Door dat vanzelfsprekende samenzijn. Elke zaterdag. En op dinsdagavond deden we dat vaak nog eens dunnetje over. Hoe zei Richard dat ook alweer in dat prachtige gedicht van hem, dat hij ‘s nachts had geschreven na ons laatste teametentje? “And we prefer to meet, time and time anew, like the bread we eat, ever the same slices, but always fresh.”

De Weesperzijde
Ach ja, dat laatste etentje. Een geweldige traditie. Het hele team bij elkaar om het eind van het seizoen en het begin van de zomer te vieren. En zelden ging de bal zo gemakkelijk rond als op die avond. Want wat hadden de jongens bedacht? In verband met mijn vertrek naar Spanje zette iedereen omstebeurt zijn handtekening op een bal en vertelde daarbij iets over zijn persoonlijke relatie met mij. Het was schitterend. De bal ging van hand tot hand en dan kwam er weer een compliment, een anecdote of een wijze raadgeving. Eén grote blijk van genegenheid. Van vriendschap. Van liefde zelfs. Tranen welden in mijn ogen. Ik zal het team missen.

De dijk langs de Weespertrekvaart
Witte ganzen op het fietspad. Met een wijde boog er omheen. Soms pikt zo’n gans opeens naar je wiel. Daar moet je toch niet aan denken. Dat zijn kop tussen je spaken komt. Wat is het hier trouwens mooi in dit jaargetijde. Al die bloemenpracht langs de dijk. De futen met jongen in het water. Langzaam rijden nu. Kijken. En volop genieten. Het paadje achter de kantine langs. Hier zijn de kleuren veel donkerder. Sombergroene vegetatie. Schaduw van de bomen. Het zwarte water van de sloot. Waar we zo vaak een bal uit hebben moeten vissen. En daar de achterkant van de kleedkamers. Daar heb ik me dus 23 jaar lang zo’n 25 keer per jaar omgekleed. Ruwe schatting. Dat is dan in totaal, eh, 575 keer. Klinkt toch minder astronomisch dan ik gedacht had. Wel een mooi getal, overigens. En je kunt het eventueel met twee vermenigvuldigen. Voor en na de wedstrijd, immers.

Het fietsenrek van TABA
Hé, ik ben er al. Diepe gedachten maken reizen kort. Ik ben benieuwd wie er allemaal zijn, vandaag. Het wordt een avond vol afscheid. De laatste training. Voorlopig althans.

Rolando de Corazón

136