15mei2009
 

Voetbal & Seks

#214 – mei 2009

We zitten in het gras voor de kleedkamers van TABA en kijken hoe onze tegenstanders daar aan de zijkant van veld 2 hun kampioenschap vieren. Daar komt vanzelfsprekend een spuitende fles champagne aan te pas. Het is een vrolijke boel. “Ga jij je in Spanje nu ook Corazón noemen, Corazón?” vraagt de jonge Bastiaan me. Ik neem bedachtzaam een slokje van mijn bier en antwoord dan: “Dat denk ik niet, Bastiaan. Jaren geleden was ik eens in Zuid-Amerika en toen ging ik ook als Corazón door het leven. Nou, dat heb ik geweten; ze zingen nog steeds de hele tijd liedjes over me.” “Maar blijf je wel schrijven voor de TABA-Treffer?” gaat de jonge Bastiaan verder.

“De TABA-leden zitten vast niet te springen om een Voetbal & Seks waar geen voetbal in voorkomt.” “Nou, ik wel hoor,” antwoordt de jonge Bastiaan enthousiast. Dan kleurt zijn gezicht rood en volgt hij aandachtig de verrichtingen van TABA 4, die net als wij daarnet kansloos lijken te gaan verliezen. “Maar je stopt dus echt met voetbal,” zegt Anton ongelovig. “Dat zou zo maar kunnen.” “En tot wanneer blijf je in Spanje?” Een goede vraag. “Ik weet het echt niet. Het is enorm spanjend allemaal.”

Anton lacht bereidwillig om mijn flauwe grap en vraagt: “Maar ben je niet bang voor een carrièrebreuk? Je hebt jezelf net opgewerkt van teamleider tot wedstrijdsecretaris. Je hebt een vaste column in de TABA-treffer.” Ik pak nog een biertje uit het krat en bedenk me dat dit wel eens de laatste competitiewedstrijd zou kunnen zijn geweest die ik gespeeld heb. En dat was niet erg best. De eerste de beste bal die ik raakte legde ik panklaar neer voor de gretige spits van Zeeburgia. Ook daarna deed ik een werkelijk alles fout. Al mijn passjes waren te kort, te zacht en te onzuiver. Ik durfde me daardoor ook niet meer aan te bieden. De rest van het team hield ondertussen manmoedig stand, althans tot de laatste tien minuten. En ik liep daar een beetje verdwaasd rond op dat afgeragde veld 2, net alsof ik al afscheid had genomen van dat hele voetbalgebeuren.”

Ik word uit mijn mijmeringen gestoord door Anton. “Hé Corazón, zit je te broeden op je afscheidscolumn? Deel dat wedstrijdformulier eens uit, man, het krat is leeg.” Langzaam sta ik op en overdenk mijn woorden. Nee, aan mezelf kan ik hem niet met goed fatsoen uitreiken. Hoewel de gelegenheid gepast is. Maar er komt nog een toernooi. Het Ossie Fawaka toernooi. Een belangrijk moment elk jaar. En daar ga ik de sterren van de hemel spelen. Ik ga er voor trainen. En in Spanje? Voetballen natuurlijk! Met krachtige stem verkondig ik: “Heren, het is weer tijd voor het moment waarvoor mensen naar de voetbalvelden komen! De uitreiking van het wedstrijdformulier!” De jongens van Zeeburgia kijken even op omdat ze denken dat de woorden voor hen bestemd zijn. Daarna gaan zij weer verder met hun kleine feestje, terwijl ik de namen noem van de spelers die dit keer genomineerd zijn.”

Rolando de Corazón

95