15sep2008
 

Voetbal & Seks

#209 – september 2008

Het is dinsdagavond. De vaste trainingsavond. Het weer is ideaal. Koel en droog. Van dat weer waarbij je niet moe lijkt te kunnen worden. Als de lichten om tien uur uit gaan ben je teleurgesteld. En niet opgelucht zoals op andere avonden. In het donker probeer je je trui die als doelpaal heeft gefungeerd terug te vinden. En dan naar de gezellige rookloze kantine. Maar ik ben er niet. Hoe gaat dat? Thuisgekomen van het werk. Vroeger was het dan een snelle hap. Hup, even wat macaroni in de pan. Tomaatjes, eitje erbij. Klaar. Op de fiets naar TABA. Nu wacht daar Ana met een uitgelezen maaltijd. Daar maak ik als vanzelfsprekend een wijntje bij open. Aanvankelijk af en toe een onrustige blik op de klok. Al snel niet meer. Even later uitbuiken op de bank. En dan ontstaat het plan. Laten we gaan zwemmen!

Het vernieuwde Marnixbad is hier om de hoek. Nog even twijfel. Wel al wijn gedronken. En nogal wat gegeten. Ach, ze zijn tot elf uur open. Gaan! “In het wedstrijdbad zijn de banen afgezet, en in het instructiebad niet, maar dan moeten jullie naakt gaan zwemmen.” De kaartjesverkoopster vervolgt zachter van toon: “Maar daar komen vooral mannen, hoor. Om elkaar te ontmoeten. Ik weet niet of de dame daar zo’n zin in heeft.” We krijgen elk een armband om met daarin een chip om deuren van kleedkamers en kluisjes te openen, en zelfs om de douche aan te zetten. Terwijl we ons in een klein tweepersoonskleedkamertje omkleden vertaal ik alles wat de kaartjesverkoper zei (ik heb namelijk een Spaanse vriendin).

“Ik zwem liever in dat instructiebad, geloof ik” zegt Ana. “Maar er zijn alleen mannen, hoor.” “Heb ik geen last van. Maak jij ook eens mee hoe het is om keurende blikken op je te voelen.” Ik volg haar blik naar beneden en zeg bedenkelijk: “Laten we gaan.” Het water is warm, zo merken we als we onze tenen er in steken. En het is bijzonder rustig. Blijkbaar hebben de mannen elkaar al ontmoet. Behaaglijk laten we ons in het water zakken. Dan begint Ana op haar gemakje naar de andere kant te zwemmen. Ik er achteraan. Uit alle macht. Anders hou ik haar niet bij. Aan de andere kant aangekomen zet zij zich onmiddellijk weer af en zwemt terug. Met een machtige eindsprint weet ik langzij te komen voordat we de andere kant bereiken. Een gulp water glijdt in mijn keel. Alweer gaat het heen en weer. Nu arriveer ik een metertje achter haar. Even rust ze. Eindelijk. “Lekker hé,” zegt ze als ik even later de kant bereik. En ze zet af. Het loopt tegen elven. We zijn nog de enigen. “Is dit nou niet veel lekkerder dan voetballen,” vraagt Ana plagerig. “Ik mis het wedstrijdelement,” antwoord ik. We klimmen uit het zwembad en lopen terug naar de kleedkamers.

Rolando de Corazón

179