07apr2008
 

Voetbal & Seks

#205 – maart 2008

Beste teamgenoten,

Zaterdag was ik er niet bij. Een beslissing van het laatste moment. Maar ja, hoe zat dat? Vrijdagavond kwam mijn geliefde aan op Schiphol. Zij is namelijk een Spaanse. En opeens leek een vrije zaterdag wel heel erg aanlokkelijk. Uitslapen, boodschappies doen op de Noordermarkt, uitgebreid lunchen met een glaasje wijn, siesta. Dus belde ik pas vrijdagmiddag Art met de woorden. “Ik zal er morgen niet bij zijn maar volgens mij zijn er mensen genoeg.” Ik hoop dat dat laatste waar was. Anders krijg ik dat vast nog te horen. De uitslag weet ik wel. Op het gebruikelijke sms-je “En?” antwoordde Arthur: “3-5 verloren, ik was kiep en we hebben beroerd gespeeld.” Normaal voel je bij zo’n bericht een zekere opluchting. Niks erger dan afwezig zijn als je team heerlijk speelt. Dit keer overheerste een gevoel van schaamte. Vanwege dat late afmelden. Als goedmakertje geef ik jullie het mooiste dat ik ooit gemaakt hebt. Nee, het gaat niet om een doelpunt. Zoveel scoor ik er niet. En ook niet om muziekstuk of een spannende aflevering van Voetbal & Seks. Het gaat om een hoorspel dat, voor zover ik weet, nog nooit gehoord is. Behalve door de twee hoofdrolspelers dan. Mijn nichtje Linda en ik.

Zij was toen een jaar of elf. En ik dus eenentwintig. We hebben het hoorspel opgenomen in mijn ouderlijke huis op de Jacob van Arteveldestraat. Met een cassetterecorder en een microfoon. Het cassettebandje bestaat niet meer. Overgespoeld, versleten, vergaan. We maakten gebruik van een grammofoonplaat met de naam Geräuschschallplatte. Geen idee hoe ik daaraan kwam. Daarop stonden allerlei achtergrondgeluiden, waaronder één getiteld “Krieg”. Dat begon met een enkel schot, daarna een mitrailleursalvo en vervolgens steeds meer schoten, granaatinslagen, gierende mortieren en op het laatst zelfs een heus luchtbombardement. Dus, beste teamgenoten, zet nu in gedachten een cassetterecorder aan, de derde knop van links, als ik het me goed herinner, en luister naar Het Meisje en de Kapitein.

Linda: Tralalala, zo, eindelijk weer thuis. (krakende deur) Hè, hè.

Corazón: Boehoehoehoehoe!

Linda: Help! Een spook! Een spook! Snel, naar buiten! (krakende deur) Help! Oh, gelukkig, soldaten!

Corazón: (Met zware stem) Wat is er aan de hand, meisje?

Linda: Oh, kapitein, er zit een spook achter me aan.

Corazón: Dat lossen wij wel even op. Mannen! Pak de geweren! Vuur!! (Er klinkt een droog schot. Dan een mitrailleursalvo. Meer schoten. Kanongebulder. Het gieren en ontploffen van inslaande granaten. Oorlogsvliegtuigen vliegen over en laten hun bommenvracht vallen. Ondertussen is te horen dat de kapitein en het meisje een conversatie voeren. Door het aanzwellende oorlogsgeweld is hier echter niets van te verstaan. Dit duurt best lang. Plotseling houdt het lawaai op. Een naald wordt van een grammofoonplaat gehaald.)

Corazón: Zo, die is dood.

Linda: Hoera! Hoera! Bedankt, kapitein.

Corazón: Kom, we gaan trouwen!

Rolando de Corazón

116