07mrt2008
 

Voetbal & Seks

#203 – maart 2008

Met een plof ga ik op het bed zitten. Wat een dag, zeg. Dan bedenk ik me iets. Ik heb een fles coñac bij me. Carlos III. Ik wroet in mijn rugzak en trek een grote plastic zak tevoorschijn met daarin de fles gewikkeld in een trui. Dit om de fles te beschermen tegen al te ruwe medewerkers op de vliegvelden. Zou net iets voor vandaag zijn. Fles kapot, alles stinkend naar de alcohol. Maar nee, Carlos III heeft de reis doorstaan. De pechdag is dan ook voorbij. Het is ondertussen zaterdag geworden. Ik schenk het plastic bekertje vol coñac en leun eindelijk ontspannen achterover. De reis was begonnen in Ponferrada. Het afscheid was zowel droevig als mooi. Zoals altijd.

In de bus keek ik vervuld van gedachten naar het landschap. De ruige bergen van El Bierzo maakten langzaam plaats voor de hoogvlakte van Léon. Met wat vertraging reden we het busstation van Léon binnen. Nog twintig minuten voor de overstap. Ik liep vlug naar de restauratie en bestelde een russische salade. Altijd lekker en snel klaar. Plots schrok ik op. Mijn kleine rugzakje vergeten! Dat had ik meegenomen naar mijn zitplaats in de bus; de grote rugzak in het laadruim. Even ging ik in gedachten na wat ik er allemaal in had zitten. Boek, oplader mobiele telefoon, huissleutels. Ik rende terug naar de parkeerplaats. Een hele rij precies eendere bussen. En alle bordjes met waar ze naar toe zouden gaan waren verhangen. Ik ging een willekeurige bus in en legde de chauffeur alles in stotterend spaans uit.

“Es ese autobús,” zei hij en wees naar de overkant waar een bus zich langzaam losmaakte van zijn parkeerplaats. Ik rende er naar toe en gebaarde te stoppen. Met een vragend blik hield de chauffeur mijn rugzakje omhoog. Vervolgens ging het met een andere bus naar Valladolid. Onrust had zich in mijn lijf gevestigd en leek niet te willen wijken. Regelmatig keek ik op mijn mobieltje voor de tijd. Nee, dit moest goed gaan. Dit vliegtuig ging ik beslist niet missen. Mezelf verbijtend stond ik bij de bagageband op het vliegveld te Brussel. Eerst die enorme vertraging met dat vliegtuig. En nou maar wachten op de bagage. Nogmaals een blik op mijn mobieltje. Nog drie kwartier voor de laatste trein naar Amsterdam. Eindelijk gleed mijn rugzak me tegemoet. Ik deed hem om, rende naar buiten en vond een rij taxi’s. “Brussel Zuid!” riep ik vertwijfeld in het Nederlands. “Charleroi Sud?” vroeg de man. Hoe heette dat station in Brussel nou ook alweer? “Oui,” antwoordde ik op de gok. Zo’n tien minuten voor de trein naar Amsterdam zou vertrekken rende ik het verkeerde station in. Gare du Midi lag zo’n veertig kilometer naar het noorden. Zelfs de treinreis naar Brussel verliep vervolgens moeizaam. De eerste trein bleef met pech staan en de tweede deed er anderhalve uur over.

Ik was murwgeslagen. Om 23.00 uur liep ik het Gare du Midi uit. Toen had ik eindelijk eens geen pech en vond ik dit hotel. Zestig euro voor een kamer. Vooruit dan maar. Dat compenseert dan mooi de goedkope vliegticket van die prijsvechter. Ik schenk me nog een coñacje in en bereken hoe laat ik morgen moet opstaan om op tijd te zijn voor de wedstrijd. Dat wordt om zeven uur ontbijten.

Rolando de Corazón

112