200

15jan2008
 

Voetbal & Seks

#200 – januari 2008

“Ik heb er altijd naar gestreefd om voetbal en seks zoveel mogelijk gescheiden te houden, maar dit is overdreven,” denk ik terwijl ik door het raam van de bus in de verte de stad Benavente zie liggen. Nog een uur of twee naar Ponferrada. Dus nog uitgebreid de tijd om iets te verzinnen voor Voetbal & Seks. Nog wat one-liners dan maar? Doen het altijd goed. Of toch maar een historisch overzicht? Want deze Voetbal & Seks wordt belangrijk. Nummer 200. Een mijlpaal, zo aan het begin van 2008.

Hoe begon het ook alweer? Dat was zo’n dertien jaar geleden, toen Aadje en Milton het bestuur van TABA vormden. De treffer werd toen nog gewoon gestencild in de TABA-kantine. Dan moesten we af en toe in een rij langs de tafeltjes lopen om de bladzijden op volgorde te leggen. De redactie van de treffer hield er mee op. Arthur hielp het bestuur toen uit de brand. “Ik doe de treffer voortaan wel,” zei hij, “maar dan wel op de tekstverwerker en met een kopieerapparaat.” “En dan wil ik wel een vaste column!” riep ik enthousiast. Verbaasd keek Arthur me aan. “Oh?” zei hij.

De eerste keer was best eng. Ik had mijn stukkie geschreven en bracht deze op een floppy naar Arthur. Deze stak het floppy in zijn computer en begon tot mijn schrik hardop te lezen: “Voetbal en Seks.” “Da’s wel heel gemakkelijk scoren,” vond Juud die in de huiskamer meeluisterde. Onverstoorbaar las Arthur verder. Na afloop keek hij weifelend. Toen typte hij onder mijn tekst: Rolando de Corazon en keek me vragend aan. Een pseudoniem werd geboren.

Dat hardop voorlezen hield Arthur vol. En het scherpte mijn schrijfstijl. Altijd was ik beducht voor zijn oordeel. Bij nummer vier had ik, vond ik zelf, een mooie openingszin gevonden. Dit keer fietste ik wat meer opgewonden dan anders met mijn floppy naar huize Rauwerdink. Daar aangekomen zetten Art en ik ons met een kopje thee voor de computer en Art begon te lezen. “Vaak wordt mij gevraagd: Corazón, hoe komt het nou toch dat TABA 5 zich nu al jarenlang moeiteloos weet te handhaven in de vierde reserveklasse onderbond Amsterdam?” Art keek me aan. En begon te lachen. En maakte toen het high-five-gebaar. Het was het begin van een eigen stijl.

De eerste twee seizoenen begon ik vele stukjes met de frase: “Vaak wordt mij gevraagd …” Steeds meer lol kreeg ik in het schrijven, ook dankzij de enthousiaste reacties van mijn medespelers. Ik maakte van hun karakters ware karikaturen. Als ik een flauwe grap had verzonnen, legde ik die in de mond van de gebroeders Noorman. Van de jonge Bastiaan maakte ik een puber. Pieter liet ik allemaal bombastische politicologische volzinnen uitkramen. Ze vonden het heerlijk. Zodra ze de treffer ontvangen hadden sloegen ze gretig de laatste pagina open in de hoop genoemd te worden.

En de tijd schreed voort. We werden ouder. Gelukkig bleven we gewoon voetballen. En ik zal voortschrijven, beste vrienden. Tenminste, zolang het team bij elkaar blijft. En zolang de creativiteit strekt, natuurlijk. De onderwerpen neem ik wat ruimer. Af en toe wat multiculturele soap over Corasjonnie en Anita, het moet kunnen. Binnenkort zal ik bundel nummer zes eens uitdraaien met de columns van de afgelopen twee seizoenen. Die draagt de titel Liefde en Dood. Want het leven draait nu eenmaal niet om voetbal en seks alleen.

Rolando de Corazón

94