15nov2007
 

Voetbal & Seks

#198 – november 2007

“Het was halverwege de eerste helft dat Hennie het veld inkwam. Een mooi moment, al zullen weinigen dat hebben doorgehad. De tegenstanders vanwege hun algehele onwetendheid. De TABA-spelers vanwege hun volledige concentratie op de bal. Misschien dat een overvliegende meeuw, op zoek naar voedsel in de stad nu het najaar zijn intrede had gedaan, even een moment van herkenning had en onwillekeurig een duikvlucht inzette op Hennies kielzog zoals hij dat verleden week nog had gedaan op het IJsselmeer. Hennie komt het veld in. Vanavond kan de verwarming aan en eten we stamppot met boerenkool. Hennie komt het veld in. Een ramp voor de nationale zeilsport, maar een zegen voor het voetbal. En daarom, Hennie, goede vriend, geef ik jou bij deze het wedstrijdformulier.”

Na deze schitterende woorden is het even stil in de kantine van De Meer. Dan breekt er een ovationeel applaus los waarbij sommigen het niet kunnen laten af en toe “bravo!” te roepen.

Geëmotioneerd neemt Hennie het papier in ontvangst en maakt met zijn lichaamshouding duidelijk dat hij gaat spreken. Het applaus sterft weg tot het enige geluid het verschuiven van een stoel is omdat iemand dichter bij de spreker wenst te komen.

“Beste vrienden,” begint Hennie. Enkelen beginnen alweer te klappen maar worden door anderen met sisgeluiden gemaand hiermee op te houden. Overstoorbaar gaat Hennie verder. “Toen ik vanmiddag de kleedkamer in kwam dacht ik bij mezelf: ‘Wat is het hier een enorme drukte! Allemaal jongelui vol beweging en misbaar!'” Even kijken Vincent, Ricardo, Danny en de jonge Bastiaan elkaar bevreesd aan. Zullen zij nu op hun kop krijgen van deze strenge man met die imponerende ogen? Gelukkig zien ze langzaam een milde glimlach door Hennies verweerde gelaat breken. “Maar toen we begonnen te voetballen, zag ik dat het goed was,” vervolgt Hennie. “Ja, alweer is een zomer vergleden, maar …”

Terwijl Hennie met zijn toespraak bezig is dwalen mijn gedachten af. Hoe lang kennen wij elkaar nu al? We ontmoetten elkaar in de vierde klas van de Zocherstraat-HAVO. Het klikte. We gingen samen naar tafeltennishuis Frans Schoofs op de Passeerdersgracht waar hij me volledig van de tafel mepte. Op zijn zeilboot vertelde hij me over de schoonheid van de stilte op het water. Jaren later nam ik hem na een zware bergtocht mee naar een Spaans dorpje om een glaasje coñac te drinken op een plaza mayor. De kleinste plaza mayor van het kleinste dorpje in de Pyreneeën. En er was natuurlijk het voetbal. De manier bij uitstek om een vriendschap te bestendigen.

Ik schrik op uit mijn gedachten en bemerk dat Hennie ondertussen zijn verplichte rondje heeft gehaald. Hij heeft flink uitgepakt. Met een vreemde gelaatsuitdrukking wijst hij op de twee goedgevulde dienbladen op tafel. “Vrienden, dat daar is het bier; dat is mijn bloed, en dit hier zijn mijn vleeskroketten.” En ik besef dat dit wel eens een wonderbaarlijk seizoen zou kunnen worden.

Rolando de Corazón

141