07okt2007
 

Voetbal & Seks

#196 – oktober 2007

Eindelijk had de aanvoerder van Jos Watergraafsmeer het wedstrijdformulier ingevuld. Corazón keek nog even of alles klopte. Ja hoor, het stond er echt. Een knappe 3-1 overwinning voor TABA. Met een rappe scheurbeweging scheidde hij het origineel van de kopie, liet het origineel achter bovenop het stapeltje overige wedstrijdformulieren van die zaterdag en liep naar buiten, waar zijn teamgenoten met biertjes in de hand druk aan het praten waren. De stemming zat er goed in. Het was een fijne wedstrijd geweest. Even dacht Corazón terug aan het moment dat hij dat doelpunt scoorde. Een intikker, dat wel. Maar je moet er toch maar weer staan. “Nou, Corazón, ik weet al één nominatie voor het wedstrijdformulier,” had Arthur vanaf de zijkant geroepen. Zijn grensrechtervlag wees hij op wie hij doelde. “Da’s lang geleden,” dacht Corazón, “dat ik mijzelf het wedstrijdformulier heb gegeven. Maar inderdaad, ik sta lekker te spelen.” “Jongens, het grote moment is aangebroken. Wie krijgt er vandaag het wedstrijdformulier?”

Na deze woorden van Corazón verstomden de gesprekken onmiddellijk. Na een mooie overwinning wil iedereen wel de man van de wedstrijd zijn. Even aarzelde Corazón. Wie moest hij in godsnaam nog meer nomineren. De nieuwe jeugdige spelers hadden goed werk verricht. En dat doelpunt van Pieter mocht er wezen; wat een schot zeg. En wat had Freek nou ook alweer tijdens het douchen gezegd? “Volgens mij is er geen twijfel mogelijk over wie het vandaag gaat worden, Corazón.” Corazón had toen zijn meest bescheiden gezicht opgezet. “Oh ja, Freek?” “Ja, Anton was vandaag fantastisch!” Even dacht Corazón aan een grap. Maar nee, Freek was bloedserieus. En een voetbalkenner. En inderdaad. Het was Anton die als laatste man de verdediging had neergezet. Steeds rugdekking had gegeven. Doorgebroken tegenstanders elke kans had ontnomen.

“Ik nomineer de jonge Danny vanwege zijn inzet en Pieter vanwege zijn heerlijke doelpunt en ik nomineer Anton vanwege zijn organisatorische kwaliteiten,” vervolgde Corazón met luide stem. Nu moest het moment toch komen dat iemand het woord over zou nemen. “Geen gekkigheid Corazón; er is er maar één die vandaag in aanmerking komt; dat weet je maar al te goed.” Even keek Corazón wanhopig naar Arthur. Maar nee, niks. “En ik nomineer mezelf,” vervolgde hij zacht. Nog even keek hij de andere spelers aan. Geen reactie. “Nu even huichelen,” dacht Corazón. “En het wordt … Anton!” riep hij enthousiast. Gejuich weerklonk. Met een vanzelfsprekend gebaar nam Anton het wedstrijdformulier in ontvangst en begon aan zijn van tevoren ingestudeerde speech.

Rolando de Corazón

41