08sep2007
 

Voetbal & Seks

#194 – september 2007

“Kijk, een vallende ster!” roept Freek. Arthur, Juud, Simone en Corazón volgen de richting van zijn wijzende vinger maar zijn te laat. “Nu mag je een wens doen, Freek!” zegt Simone. Even is het stil en ondergaan ze de sterrenpracht ten volle. “Vreemd is dat,” zegt Corazón, “ik kreeg zojuist opeens de aandrang om te zeggen dat ik volgend seizoen ophoud met voetballen, hoe zal dat nou komen?” Niemand reageert. Uit de tenten waar zojuist de kinderen te slapen zijn gelegd klinkt gezellig geklets. Arthur vult nogmaals de wijnglazen bij. De avond lijkt te verglijden. De beide dames zijn nog vermoeid van de lange autorit met de kinderen. Dan vraagt Juud: “Jongens, hoe was eigenlijk het wandelen?” Het was een geweldige tocht.

Vanuit deze zelfde camping waren de drie mannen op weg gegaan. De ochtend was helder maar koud. Toch gingen de truien al spoedig uit bij het bestijgen van de Puerto de Gistaín. Daar boven nuttigden ze de eerste lunch in de vrije natuur: brood, kaas, worst en appels. Daarna de gemakkelijke afdaling naar refugio Estós. Een slaapzaal vol ronkende, stinkende berglopers. De tweede dag was nog mooier. Eerst door een bos langs de hoogtelijn om vervolgens steil te stijgen tot boven de boomgrens. Rotsen. IJskoude meertjes. Riviertjes. De Collado de la Piana. Bij afdalen riep Corazón opeens: “Jongens, we hebben bereik!” Even later stonden de drie woeste bergbeklimmers op een rijtje tegen de berghelling geplakt, elk met het mobieltje tegen het oor. Contact! En naar beneden ging het, naar refugio Ángel Orús, waar de douches warm zijn. Dan de derde dag. Er werd onderweg geweifeld. Moet de Pico de Posets niet bedwongen worden? Dan moet er hier naar boven worden afgeslagen. Met een verrekijkertje bekeken ze de besneeuwde helling van deze machtige berg en zagen ze hoe andere berglopers ondanks hun sneeuwschoenen en stokken moeite hadden om naar boven te komen. “Een top is niet om heen te lopen maar om van een afstandje naar te kijken,” besloten ze.

En het werd nog mooi zat. Een smalle vallei met smeltende sneeuwhellingen boven een rimpelloos bergmeer. De moeilijke bestijging van de Collado de Eriste. Daar, op het hoogste punt van de wandeling, een lange rustpauze vol contemplatie en bewondering. En daarna de lange afdaling terug naar de camping. De beide dames zijn zichtbaar onder de indruk van dit spannende avontuur. Vergeten is de vermoeidheid. “Morgen gaan wij ook wandelen, hoor!” roepen ze enthousiast. “Tuurlijk!” zegt Arthur. “Ze kunnen die dagtocht wel doen die wij gisteren deden, die met die steenarenden, die was mooi, hè Corazón?” zegt Freek. Ze kijken allemaal naar Corazón. Maar die reageert niet. Die is al op reis. Overmorgen met bus van Ainsa naar Barbastro. Daar overstappen op de bus naar Monzón. En dan hopen dat er nog een plaatsje is in de nachttrein. De nachttrein naar Ponferrada.

Rolando de Corazón

116