01jul2007
 

Voetbal & Seks

#193 – juli 2007

De spelers van TABA 3 en hun aanhang zitten rond de grote tafel van de kantine. Zojuist is het Ossie Fawaka toernooi gespeeld. Ze zijn als laatste geëindigd. En dit ondanks een uiterst zorgvuldig selectiebeleid bij het uitnodigen van de teams. Maar de spelers zitten er niet mee. Iets veel belangrijkers zal er die avond plaatsvinden. De verkiezing van de man van het jaar. En die van de vrouw van het jaar. En dat houdt de gemoederen bezig.

“Corazon, luister nou. Bijna iedereen is al man van het jaar geweest. Het wordt bijna pijnlijk als je nu nog gekozen wordt. Je moet gewoon die regel dat je alleen man van het jaar mag worden als je dat nooit eerder bent geweest afschaffen.” Freek kijkt mij bij deze woorden doordringend aan. Naast hem knikken Hennie en Arthur instemmend. Blijkbaar is er tussen deze drie ex-mannen van het jaar overleg geweest. En Freek is, waarschijnlijk tegen zijn zin, uiteindelijk als woordvoerder naar voren geschoven met de woorden: “Zeg jij het nou maar, naar jou luistert-ie tenminste nog wel eens.” Voorzichtig formuleer ik mijn antwoord. “Jongens, er zijn echt nog heel veel kandidaten. Ik noem Ruud, Frank, René, Koen, Milton, Martijn, en eh, volgend jaar komen er nog wat nieuwe spelers bij. Kortom, keuze te over!” Dan schreeuwt Hennie opeens: “Als je maar weet dat de titel op deze manier aan belang inboet en dat allemaal dankzij jouw gebrek aan visie!” Verbaasd kijk ik hoe de drie mannen weer teruglopen naar de grote tafel en verontwaardigd hun verhaal doen bij andere ex-mannen van het jaar die dat hoofdschuddend aanhoren. Wordt er hier aan mijn stoelpoten gezaagd? Willen ze mij afzetten als teamleider? En hoe groot is dan die groep?” Het vervelende van ex-mannen van het jaar is dat zij telkens weer in aantal toenemen. Monica, de vrouw van Ruud, maakt zich los van de tafel en loopt naar me toe. Glaasje wijn in haar ene hand, flesje bier in haar andere. “Hé Corazón, wat zit je hier alleen te peinzen? Heb je al een biertje gehad? Hier.” Ik neem het biertje van haar aan en vraag: “Waar hebben de jongens het toch allemaal over?” “Ach, ze willen een eigen column beginnen: “Vrije voetbal en seks” of zo. Sommige mannen worden nooit volwassen.” Ze glimlacht meewarig en vraagt dan: “Weet je het al?” “Eh, wat?” “Nou, wie het wordt, natuurlijk!” “Ruud hoort zeker bij de gegadigden; hij heeft een goed seizoen gespeeld.” “Nee man, dat weet ik allang. Alle anderen zijn het al geweest, zijn net nieuw of waren het afgelopen jaar geblesseerd. Maar wie wordt de vrouw van het jaar? Dat is de kwestie!”

En terwijl ik zie hoe Monica terugloopt naar de grote tafel en daar in druk overleg treedt met de verzamelde spelersvrouwen, begrijp ik dat mijn toespraak van die avond tijdens het jaarlijkse afsluitetentje cruciaal zal zijn. En in mijn gedachten begin ik te formuleren. En te schaven. Te nuanceren. En vooral: prioriteiten te stellen. “Beste mensen, het is tijd voor het belangrijke moment: wie wordt er de vrouw van het jaar?” Er zal een stilte vallen. “Deze keer wil ik voor de vrouw van het jaar deze norm stellen: zij moet de vrouw zijn die dit seizoen het meest boven zichzelf uitgestegen is.” Zeker weten komt iemand met de opmerking: “Oh, Ana zeker!” “Ana is, zoals sommigen van jullie wellicht weten, mijn spaanse vriendin (gelach: “ha, ha, die Corazón.”). Maar is zij dit jaar boven zichzelf uitgestegen? Ik hoop het eigenlijk van niet. Nee, wat mij betreft is er maar één die dit jaar voor de titel in aanmerking komt en dat is mijn moeder.”

Rolando de Corazón

100