21mrt2007
 

Voetbal & Seks

#190 – maart 2007

“Het bestuur zal zich beraden,” zo sloot voorzitter Mike de Algemene Ledenvergadering zojuist af. Een turbulente vergadering. Er stond wat op het spel. De beperkte renovatie van de kantine en een betaalde manager voor de club. Ik fiets nu langs de Amstel in de richting van mijn huis en beraad me. Dat gaat altijd zo fijn op de fiets. Het vaste ritme van de pedalen terwijl de omgeving langzaam aan je voorbij trekt. Zo laat op de avond is er nauwelijks verkeer; de concentratie is naar binnen gericht. “Nou, die enorme verbouwing gaat in ieder geval niet door,” zo had menig seniorenvoetballer na afloop verzucht. Een vergissing. De betaalde manager werd namelijk afgestemd. Een speerpunt van dit bestuur. Dat zou wel eens kunnen leiden tot aftreden. “Het bestuur zal zich beraden.” Dan kun je niet met goed fatsoen nog even snel de renovatie er doorjassen. Op het eind van de vergadering werd het bestuur door enkele leden verzocht alsnog te overwegen het bespaarde geld van de manager te besteden aan de uitgebreide verbouwing.

Tja, die verbouwing. “Groot is mooi en veel is lekker,” laat Marten Toonder in één van zijn boeken Ollie B. Bommel zeggen. En die levensfilosofie levert hem in dat verhaal nogal wat problemen op. Tot Tom Poes een list verzint, natuurlijk. Onze list was de beperkte verbouwing. Niet zo duur, gemakkelijk af te krijgen in een zomervakantie, en de sfeer blijft onaangetast. Want zo moet het blijven: kleinschalig, gezellig, overzichtelijk. Voorwaarde: er moeten wat minder F-teams komen anders ontploft de club. Moeten we uitbreiden. Meer kleedkamers. Meer velden. En meer trainingscapaciteit. En waar haal je dat vandaan?

De ledenvergadering vond dat er voldoende vrijwilligers in de club waren om een betaalde manager overbodig te maken. Verschil van inzicht. De leden lijken zich te gedragen als consumenten. Veel eisen, niet veel doen. Problemen doorspelen aan de bestuursleden. Die ook gewoon moeten werken en een privéleven hebben. Te veel last op te weinig schouders. En de toekomst? Ik zie voordelen. De komende jaren zal ik als teamleider van TABA 3 wellicht lekker kunnen mopperen op een bestuur. “Hé, waarom hebben we nog steeds geen scheids, we betalen toch zeker contributie?” “Wanneer komen die ballenstokken er nou eens?” “Wat gaat het er hier toch belachelijk aan toe!” Kan ik nu niet doen. Zit je tegen jezelf te praten. Maar dan zal het moment komen dat iemand van het nieuwe bestuur ons meldt dat gezien de gemiddelde leeftijd en de, laten we wel wezen, matige voetbalkwaliteiten van het team, het tijd wordt om ruimte te creëren voor de doorstromende jeugd. Dan word ik lid van schaakvereniging De Grasmat. Ook leuk. Maar dan is het mopperen er natuurlijk allang ingesleten. “Hé Werner, waarom heb ik geen eigen schaakklok; ik betaal er toch zeker voor?”

Daar is de magere brug. Bijna thuis. Tijd om even te stoppen. Schitterende plek. Rechts de Stopera en de Zuiderkerk. Links Carré en het Amstelhotel. Met daarachter ergens de kantine van TABA. Niet in zicht. Vooralsnog. De Amstel stroomt. Er wordt gespuit. Kom, tijd om op te stappen. Het is laat. Het lied Bridge Over Troubled Water klinkt in mijn gedachten. Geluidloos zing ik mee. “When you’re weary, feeling small, when tears are in your eyes …” En ik denk niet meer aan TABA.

Rolando de Corazón

92