20feb2007
 

Voetbal & Seks

#188 – februari 2007

Eindelijk klinkt het laatste fluitsignaal. Zonder de scheidsrechter een hand te geven lopen de spelers van TABA terug naar de kleedkamer. “Deze wedstrijd is verpest door de scheidsrechter” zegt Corazón tegen zijn medespelers. En wel dusdanig hard dat de tegenstanders het horen. Dat zal ze leren. En tempert misschien hun feestvreugde wat. In de kleedkamer wordt de wedstrijd verder geanalyseerd. “We speelden slecht, de tweede helft, daardoor hebben we verloren,” vindt Ruud. “Na het tegendoelpunt wou iedereen zelf de beslissende actie maken, waardoor we niet meer aan combinatievoetbal toekwamen” zegt de jonge Bastiaan. “Met een andere scheids hadden we deze wedstrijd gewonnen,” veronderstelt Koen. Even luisteren ze naar de vrolijke geluiden die klinken uit de kleedkamer van de tegenstanders Dan roept Freek: “Ik vind dat Corazón het wedstrijdformulier moet krijgen, want hij is het meest boven zichzelf uitgestegen.” Iedereen ziet weer voor zich hoe Corazón zich tijdens de wedstrijd even liet gaan. “Dit is enorm KUT!” had hij geroepen. Dat kostte een vrije trap tegen.

Even later zit Corazón in de bestuurskamer en vult het wedstrijdformulier in. Even overweegt hij om er heel groot op te schrijven: “Wedstrijd verpest door zeer partijdige scheids”. Maar hij houdt zich in. Er was nu eenmaal geen grensrechter. Dus heeft TABA geen voet om op te staan. Vooral omdat op het wedstrijdformulier wel een grensrechter van TABA staat vermeld. Om een boete van de KNVB te ontlopen. “Ach, laat ook maar,” denkt hij en voegt zich bij zijn medespelers in de kantine. Niemand kijkt verwachtingsvol naar het kopietje van het wedstrijdformulier. Er wordt over andere dingen gesproken. De tegenstanders worden nadrukkelijk genegeerd. Dan nemen ze afscheid van elkaar en verlaten de kantine.

Langzaam fietst Corazón door Badhoevedorp. Zijn hoofd zit vol muizenissen. Moeder in het ziekenhuis, verpeste wedstrijd, jongens, het zit even helemaal niet mee. Voorbij de brug over de ringvaart ontwaart hij een viskraam. Hij zet zijn fiets tegen een boom en bestelt een lekkerbekkie. “Even warm maken?” vraagt de visboer. “Graag”. Nadat hij het gerecht overhandigd krijgt gaat hij naar buiten. Een voorjaarszonnetje breekt door. Hij peuzelt het lekkerbekkie op. Heerlijk. Daar knapt een mens van op. Hij kijkt in de richting van de brug over de ringvaart. “Badhoevedorp” staat er op een groot bord te lezen. “Had-niet-gehoeven-dorp,” denkt Corazón. Dan klimt hij op zijn fiets en rijdt door de oude kern van Sloten richting binnenstad.

Rolando de Corazón

102