22okt2006
 

Robin en Osama

#003 – oktober 2006

Als de F2 thuis speelt om negen uur, dan doet Osama mee. Om tien uur begint zijn les op de Arabische school. Die is iedere zaterdag en zondag van tien tot één. Van zijn vader mag Osama soms een les missen zodat hij ook een uitwedstrijd mee kan doen. Dat is fijn voor de f2, want Osama is verreweg de beste. Hij loopt en scoort en kijkt alsof hij al veel ouder is dan acht. Wanneer ik dit aan zijn vader vertel dan glimlacht die. Hij bedankt mij voor het compliment, hij weet dat ook, hij heeft vertrouwen in zijn zoon. En hij niet alleen. Maar deze school is ook belangrijk voor Osama, voor later, voor bedevaart bijvoorbeeld.
Mijn compliment is deel van de onderhandelingen die ik met de vader voer. Iedere tweede uitwedstrijd mag zijn zoon meedoen, en alle thuiswedstrijden wanneer die om negen uur zijn dus. Om kwart voor tien roep ik Osama naar de kant, hij kleedt zich om voor klas en razend snel fietsen we naar de Afrikaanse buurt. Zo heb ik het afgesproken met de vader; meestal op vrijdagmiddag om de meeste verrassingen uit te sluiten. In zijn internetcafé op de Cuijp. Het café heet Nora, net zoals zijn dochter. Naar zijn zoon is nog niets vernoemd. Dat komt nog wel. Als niemand meer bang is, als iedereen ziet wat wij nu al weten: hoe goed hij is.

Piet Oomes

104