31mrt2006
 

Voetbal & Seks

#173 – maart 2006

Tegen De Meer stonden we al snel met 3-0 achter. Niet zo gek. Een heel jong team. Goede voetballers. Zaten er bovenop. Elke foutje van ons werd afgestraft. Maar we hadden kansen gehad. Vrolijk liepen we in de pauze naar de kleedkamer. Helemaal niet slecht gespeeld, vonden we. Het was zelfs een fijne wedstrijd te noemen. En Jelle als invaller erbij, ach, dat speelt toch wel heel erg lekker.

“Jelle, hoe kunnen we deze wedstrijd nog naar onze hand zetten?” vroeg iemand. Verwachtingsvol keken we Jelle aan. De bondscoach van Estland. Iemand met verstand van voetbal. Eindelijk. Stiekem hoopte een ieder op een persoonlijk complimentje. Even weifelde Jelle. Hij was hier toch zeker om lekker ongecompliceerd tegen een balletje trappen met wat vrienden? Maar na enig aandringen begon hij te spreken. En het ongelooflijke gebeurde. Er werd geluisterd. Niemand kwam er tussen. Geen grap. Geen tegenwerping. Geen kanttekening. Geen schampere opmerking. Zelfs de sociaal-politieke context werd niet te berde gebracht. Jelles betoog duurde ongeveer vijf minuten. En daarna werd er nog eens vijf minuten niets gezegd. Verwerking. Tot scheidsrechter Mike ons kwam halen. “Wat zijn jullie stil. Is er iets? We gaan beginnen.”

We probeerden het. Positioneel spelen. Gegroepeerd ook. Met korte aanvoerlijnen. Een breed middenveld. En wat had hij ook alweer nog meer gezegd? We wonnen niet. Daarvoor waren de kansen net iets te klein, de verdedigers te snel en hun keeper te goed. Jelle schoot er één in. Dat wel. En zij scoorden ook nog. Toch mooi een gelijkspel in de tweede helft. Eén van onze beste helften ooit. In de kleedkamer bedankten we Jelle voor zijn spel en zijn woorden. En terwijl Jelle een flesje deodorant onder zijn oksels leegspoot, antwoordde hij eenvoudig: “Het was een fijne wedstrijd, jongens.”

Een week later. Thuis tegen Nieuwendam. Dat was toch dat bonkige team uit Amsterdam Noord? Maar wat daar de kleedkamer uitkwam was een stuk jonger. Spoedoverleg tussen de spelers van TABA. “Net als vorige week, jongens.” “Dus de aanval begint in de verdediging.” “De halven moeten zoveel mogelijk lopen zonder bal.” “En positie houden voor de afvallende bal.” “Een creatieve speler op het middenveld moet de acties maken.” “Blijf de combinatie zoeken.” “Bij balverlies onmiddellijk terug.” “En gelijk druk op de bal zetten.” “De verdediging begint bij de aanval.” En eensgezind trokken we ten strijde.

We wonnen de wedstrijd. Nee, niet omdat wij nu zo slim speelden. Dat ging weer als vanouds. Chaos troef. Die jonge jongens bleken gewoon helemaal niet te kunnen voetballen.

Rolando de Corazón

80