15mrt2006
 

denk ik aan jou

Voetbal & Seks

#172 – maart 2006

Het is een koude zaterdag in Almere. Maar in de kleedkamer is het warm. Met een plof opent Pieter de fles champagne. De plastic bekers gaan rond. Er wordt geproost en gezongen. “Er is er één veertig, hoera, hoera, dat kun je wel zien dat is hij….” Even is de slechte wedstrijd vergeten. Dan zeg ik: “Jarig of niet, Pieter, je bent niet genomineerd voor het wedstrijdformulier, net zo min als Richard of Anton!” De spelers negeren mijn opmerking. Heb je Corazón weer. Het is toch zeker gezellig? En nog gewonnen ook. Maar nee, Corazón moet zonodig die ruzie van daarnet weer oprakelen.

Dat was tijdens de rust geweest. Terwijl de sneeuwvlokken naar beneden dwarrelden liepen de spelers snel naar de kleedkamer. Het broeide in mijn hoofd. Hoe vaak had ik me wel niet vrijgelopen? En dan probeerde Richard twee man te passeren, poogde Pieter van een waanzinnige afstand de keeper te verschalken of wou Anton de zoveelste tegenstander uitspelen. En ik maar werken op dat middenveld! We zetten ons op de bankjes in de kleedkamer en de thee werd ingeschonken. “Jongens, ik ga niet meer half staan!” verkondigde ik. Geen reactie. “Honderd keer loop ik vrij, maar nooit krijg ik de bal! Altijd gaan de spitsen voor eigen succes en meeverdedigen? Ho maar!” De overige spelers staren wat voor zich uit. Dat was toch zeker al achttien jaar zo? Waarom opeens die aandacht daarvoor? Ik wentelde mij nog meer in zelfmedelijden. “Nou, als jullie me niet goed genoeg achten, dan ga ik voortaan wel bij de veteranen spelen!” De pijnlijke stilte die hierop volgde werd verbroken door Anton. “Mooi, dat probleem is dan opgelost.”

Ook nu is Anton de enige die reageert “Maar als ik het wedstrijdformulier niet krijg, wie in godsnaam dan wel?” “Frank is genomineerd vanwege zijn belangrijke reddingen. En Koen.” “Maar ik heb helemaal niet goed gespeeld,” spartelt Koen tegen. “Niets mee te maken, jij krijgt hem, want ik heb al een ideetje voor mijn nieuwe Voetbal & Seks.” Verbolgen loop ik met het plastic bekertje vol champagne naar de douche en laat het warme water over me heen komen. Heerlijk. Slokje champagne. Hm, niemand die vraagt wat dat ideetje nou eigenlijk was. Tanende populariteit. En ik denk terug aan verleden week. Dat laatste weekeinde in Spanje.

Het is nacht. We rijden met de auto van León naar Salamanca. We verdrijven de tijd met elkaar groffe woorden uit elkaars taal te leren. “Polla!” “Pik!” “Coño!” “Kut!” “Cojones!” “Klote!” “Culo!” “Kont!” Maar na dit hilarische begin van de reis neemt de weemoed van de nacht langzamerhand bezit van ons. In het licht van de koplampen lezen we de namen van de steden waar we niet heengaan: Zamora, Valladolid, Segovia. We spreken over het leven, de dood, over hoop en teleurstellingen. Ik vertel over mijn angsten toen ik vorig jaar na een voetbalblessure nauwelijks kon lopen of fietsen. En dat nog wel na een actie op een trainingsavond van één van mijn eigen teamgenoten. Koen! Even kijkt ze me fronsend aan en zoekt de betekenis van dit laatste woord. “Koent!?” vraagt ze aarzelend. “Koenjo!” antwoord ik.

Rolando de Corazón

66