15feb2006
 

Voetbal & Seks

#170 – februari 2006

Als ik na gedoucht te hebben de kantine binnen loop zitten ze al aan hun eerste biertje: Anton van mijn team, Wil van de zaterdag 4, Ferry en Jos van de zaterdag 2 en Milton. We hebben heerlijk getraind. “Jullie hebben nog, zie ik?” vraag ik tegen beter weten in. “Lekker” “Doe maar.” “Laatste.” Ik loop naar de toog waarachter Werner druk in de weer is met de cd-speler. Dan klinkt er bluesmuziek. “That spoon, that spoon, that spoonful…” “Werner, zes biertjes graag; van wie is deze muziek ook alweer?” “Muddy Waters.” “Lekker hoor.” Muziek is heel belangrijk voor de sfeer, dat wordt nogal eens onderschat.” Ik geef hem gelijk en loop terug naar de tafel waar de jongens hun eerste biertje net op hebben. Het gesprek kabbelt voort. “Wat doen we zaterdag met Milton?” vraagt Ferry. Milton zou de thuiswedstrijden bij TABA 2 en TABA 3 spelen, maar bij toeval spelen we steeds tegelijkertijd thuis. “Ik denk dat wij genoeg spelers hebben, maar dat zal blijken uit de mails.” antwoord ik. “En Jos komt toch voortaan bij ons spelen?” vraagt Anton. Ferry heeft door dat-ie in de maling wordt genomen en antwoordt: “Ja, ik heb hem verkocht aan jullie.” “Oh, ja, dan krijg je nog vijftig cent van me,” zeg ik terwijl ik bedenkelijk in mijn portemonnee kijk.

Muddy Waters zet een ander lied in. Er klinkt gelach vanaf de tafel waaraan de zaterdagveteranen zitten. Dan zegt Ferry: “We spelen zaterdag wel een zespuntenwedstrijd.” “Staan jullie gelijk dan?” vraag ik. Milton legt me geduldig uit dat een zespuntenwedstrijd betekent dat je drie punten voorstaat. Wil gaat daar tegenin. “Als je gelijk staat is het een zespuntenwedstrijd. Als je wint sta je drie punten voor, als je verliest drie punten achter.” De discussie neemt behoorlijk wat tijd in beslag, ook al omdat er met drie lege flesjes, elk op drie punten afstand van elkaar, wordt aangetoond dat de verste twee dan zes punten van elkaar af staan. Uiteindelijk vragen we de zaterdagveteraan Eert hoe of het zit. Deze draait zich naar ons om en zegt: “Je staat dan drie punten voor en als je wint zijn het er zes, en bij verlies sta je gelijk. Zes punten verschil.” Niemand gaat tegen deze logica in. “En toen ik het zei waren jullie het er niet mee eens,” zegt Milton verontwaardigd.

“Nou ja, een extra spits hebben we niet nodig nu mijn broer Harm zo vaak scoort,” zo komt Anton weer terug op de vermeende aankoop van Jos. Enthousiast elkaar aanvullend vertellen Anton en ik over Harms doelpunt tegen Ouderkerk. “Hij wou de bal aannemen!” “Kreeg hem verkeerd op de slof.” “Met een boog over de keeper heen!” “Vanaf de eigen helft.!” Jos, Wil, Milton en Ferry lachen met ons mee. “Nee, die wordt man van het jaar,” zo besluit ik het relaas. Even zie ik weer voor me hoe we na onze laatste wedstrijd tegen WVHEDW bijeen­ zaten. Harm had weer gescoord, ditmaal bewust. “Zeg Harm, ben jij eigenlijk al eens een keer man van het jaar geworden?” vroeg ik en ik zette een leeg bierglas demonstratief in de lege éénmeterbier houder. “Dat zal dan dit jaar wel gebeuren,” vulde Anton aan, en ook hij zette zijn lege glas in de bierhouder. “Alvast gefeliciteerd, Harm,” zei Arthur, terwijl hij met één slok zijn glas ledigde en het in de houder plaatste. En even later kwam Harm aangelopen met een meter bier. Ik overweeg deze anecdote de anderen te vertellen en zoek naar subtiele bewoordingen. Maar het gesprek gaat al over de wintersportvakantie van Jos. Ondertussen zingt Muddy Waters een klagende blues.

Rolando de Corazón

126