14jan2006
 

Voetbal & Seks

#167 – januari 2006

Het is koud. Maar mooi. En eenzaam. Iedereen zit binnen. Of doet boodschappen. Of zit in de auto onderweg naar huis. Zoals mijn voetbalvrienden. Weten niet wat ze missen. Wat is er mooier dan na een voetbalwedstrijd in Almere nog even op de OV-fiets vogels te kijken? Met de sporttas over het stuur. Pure romantiek. Eerst naar de uitkijkpost bij de Lepelaarsplassen. En wie weet nog even door naar de Oostervaardersplassen. Er is werkelijk niemand hier.

Maar wat was het druk in de kantine toen ik daar binnen kwam. Beslagen bril. Plekje op een kruk bij de bar. Koffie. En wachten op de medespelers. Langzaam druppelden zij binnen. We zouden niet compleet zijn, wist ik al. Wat een gedoe ook, dat teamleiderschap. Zeker op een dag als deze.Een afgelasting hing in de lucht. Met z’n tienen kleedden we ons om. We liepen onder een winters zonnetje naar het veld. Maar aan de einder kleurde de lucht pikzwart. Imponerend. Dreigend.

Ook nu kijk ik bezorgd naar de verte. Zwarte wolken verdringen de ondergaande zon. De Oostervaardersplassen maar even vergeten. Snel wat trekvogels scoren bij de uitkijkpost en terug naar het station. Kijk, wat zwemt daar nu weer? Tafeleenden. Hm, het is een begin. Op een houten bruggetje knarsen de hagelstenen onder mijn banden. Nog van die bui van daarnet zeker. Tijdens die bizarre voetbalwedstrijd.

Na het fluitsignaal voor de pauze renden we richting kleedkamer. Kletterende hagelstenen. Warme thee. We hadden ons goed verweerd. We stonden voor. En dat met z’n tienen. “Gewoon doorgaan zo, mensen!” was de wijze raad van onze veldaanvoerder Freek. Toen we buiten kwamen leek de zon de zwarte wolken verdreven te hebben. En we scoorden er lustig op los.

Ik zet mijn fiets op slot en loop over het met houtsnippers bestrooide paadje naar de uitkijkpost. Kronkelige wilgenstammen. Zompige grond. Even later het panorama van de lepelaarsplassen. Twee smienten. Eén aalscholver. Magere oogst. Dan maar snel terug voor het donker wordt. Boven me klinkt het gegak van overvliegende ganzen.

Ik wees op de karakteristieke V-vlucht en riep: “Kijk, ze trekken noordwaarts; het wordt lente!” We stonden op dat moment met 7-2 voor. Met nog twintig minuten te spelen. Dan kun je je een grapje permitteren. Ontspannen keken we toe hoe de tegenstanders een penalty er in schoten. Niets aan de hand. Hoewel de lucht alweer donker kleurde.

Nu toch maar even doorfietsen. Wat verdwaal je toch gemakkelijk in die nieuwbouwwijken van Almère. Zich vervelende jeugd heeft ook nog alle bewegwijzeringen omgebogen. Het gerikketik van hagel op mijn petje. Geen paniek nou. Kalmère.

“Kalmère!”, riepen we elkaar gekscherend toe bij elk doelpunt van de tegenstander. Maar langzaam ging dat over in: “Kolère!” Gelukkig duurde de wedstrijd niet veel langer. Laatste fluitsignaal. Eindstand 7-7.

“En, lekker gefietst?” De man van de fietsenstalling heeft duidelijk moeite me te plaatsen. Voetbaltas. Verrekijker. “Het was een rijke dag,” antwoord ik. Nonchalant zwaai ik de tas over mijn schouder en loop richting station.

Rolando de Corazón

103