30nov2005
 

Voetbal & Seks

#166 – november 2005

Hoe lang kennen we hem al? Vragend kijken we elkaar aan. We verkeren in diverse staten van ongekleedheid. Sommigen met de haren nat van het douchen. Anderen nog met modder aan de knieën. Bij een enkeling het rood van geronnen bloed tussen het zwart. Het was een zwaar bevochten overwinning. We gingen er voor. Niemand versaagde. Maar bovenal hadden we de overwinning te danken aan de man over wie we het nu hebben. Bert. Die middag onze scheids.

“Al vanaf het begin was hij er bij,” zegt Arthur, “zo’n zeventien jaar geleden. Hij speelde toen in het eerste.” Zeventien jaar geleden. We meldden ons aan bij TABA als vriendenteam. Aanvankelijk waren we een eilandje in de club. Wat hadden we te maken met de andere teams? Niet veel. We kwamen ze tegen in de kantine. Best gezellig. En een enkele keer speelden we vriendschappelijk. Maar in zeventien jaar is een hoop veranderd. Steeds meer zijn we onderdeel van de club geworden. Dit jaar nog meer. Ex-voorzitter Frank, kijk hem daar zitten. Nog geheel aangekleed. Zelfs zijn handschoenen nog aan. Hij heeft goed gekeept. En naast hem de heel jonge Danny. Eigen TABA-kweek. Speelde vandaag een belangrijke rol bij de overwinning. Zorgde voor diepte in het spel. En snelheid. Nee, het zou niet meevallen te bepalen wie het wedstrijdformulier zou moeten krijgen. Want aan scheidsrechter Bert kan ik hem niet met goed fatsoen geven. In elk geval niet waar de tegenstanders bij zijn.

Want hij had hem kunnen geven, die penalty. Sterker nog, twee penalties. Eerst was het Henk die tijdens een luchtduel de bal tegen de hand kreeg. Niet opzettelijk, zo oordeelde Bert. En hij wuifde de protesten van de tegenstanders weg. Daarna Richard. Die verdedigde mee. Dat moet natuurlijk gestimuleerd worden. Ook al raakte hij de bal met de hand. “Hij maakte geen onnatuurlijke beweging met de arm naar de bal toe,” legde Bert geduldig de protesterende tegenstanders uit. Die legden zich er bij neer. Ze herkenden de voetballer in Bert. En erkenden zijn gezag. We wonnen met 2-1.

Later in de kantine. Ik hang wat op de barkruk en zit aan mijn laatste pilsje. Nagenieten. Want veel winnen we niet dit seizoen. Ook Bert zit aan zijn laatste. “Ik kan niet zeggen dat jij een gelukkige wedstrijd speelde,” zegt hij opeens. Ik schrik op. “Maar ik heb toch gescoord?” “Als je die gemist had had ik je er uit gestuurd wegens spelbederf.” Een kort lachje. En hij gaat verder. “Je gaat niet echt de duels in. Je lijkt soms wat angstig.” Hij articuleert zijn medeklinkers nadrukkelijk. Amsterdams. “Maar ik creëer een hoop ruimte,”antwoord ik om vervolgens snel van onderwerp te wisselen. “Je komt over twee weken toch weer ons fluiten?” “Ik hoop het niet; ik hoop dat mijn blessure dan genezen is en dat ik zelf weer kan spelen.” “Ja, dat zou mooi zijn,” antwoord ik. We bestellen bij Werner nog twee laatste biertjes.

Rolando de Corazón

87