01okt2005
 

Voetbal & Seks

#162 – oktober 2005

Het is zaterdag 17 september. De spelers van TABA 3 staan langs de kant van het veld 2 te kijken hoe Arthur de MB-meiden fluit. “Zou Arthur nog een wedstrijd willen fluiten?” vraagt iemand zich hardop af. Een ongepaste gedachte. Maar het tekort aan spelers brengt het slechte in de mens boven. Met moeite is er een invaller geregeld. En één van de spelers van TABA 3 zal moeten fluiten. Nooit leuk.

De scheids fluit het beginsignaal. Hij is een reserve van WVHEDW. Moet kunnen. Die man heeft toch niets te doen. TABA 3 scoort gemakkelijk twee keer. Dick houdt zijn doel schoon. Dick? Dat was toch die keeper uit de jaren negentig van de vorige eeuw? Jawel. Teruggekeerd nu Marcel het team voorgoed verlaten lijkt te hebben. Vanwege een politiek conflict nog wel. Over de ontruiming van een kraakpand. Waar volgens Marcel Anton als ambtenaar verantwoordelijk voor zou zijn. Vaak spreken de spelers van het team over de kwestie. Dan schudden zij vol onbegrip het hoofd.

De tweede helft begint. WVHEDW wil geen scheids meer leveren. Richard fluit. Bruce, de oude trainer van TABA 1, doet mee als invaller. WVHEDW scoort. Moet kunnen. Ruud loopt kwaad het veld af. Wat is er aan de hand? De speler van TABA begrijpen er niets van. Ze roepen door elkaar heen. “Heeft er iemand iets gezegd?” “Ja net, toen die bal in de sloot lag zei ik tegen hem ‘Nou, die ligt in de plomp’; daar word je toch niet kwaad om?” “En ik vertelde hem net dat ik zo’n leuke vakantie heb gehad, zou dat het zijn?.” “Nee, volgens mij heeft hij zelf ook een leuke vakantie gehad.” Dan zegt René: “Ik gaf hem net een opgestoken middelvinger.” Om veel feller te vervolgen met: “Maar ik ben al dat gemopper zodra ik iets fouts doe ook zat!”

De wedstrijd verloopt desastreus. TABA speelt met tien man. WVHEDW wint. Teleurgesteld lopen de spelers van TABA het veld af. In de kleedkamer pakt René nors kijkend zijn tas in. “Ik ga het team verlaten; het hoeft niet meer voor mij,” zegt hij verbitterd. De medespelers weten niet goed wat te zeggen. “Eigenlijk had ik een rotvakantie,” probeert iemand nog. Het mag niet baten. Zwijgend verlaat René de kleedkamer.

Rolando de Corazón

93