18nov2004
 

Voetbal & Sneks

#004 – november 2004

De eerste keer dat ik twijfelde aan het bestaan van Sinterklaas was ik een jaar of zes. Het was buiten, op een pleintje voor een winkel. Ik zag de Sint in een winkel staan, maar toen ik me omdraaide zag ik ‘m ook in een auto voorbijrijden. Ik weer terugkijken, en ja hoor, hij stond weer in de winkel. “Da’s een hulp-Sinterklaas”, zei een zwarte piet tegen me nadat ik hem dit mirakel had voorgelegd. Daarna volgden nog meer momenten dat ik met een prima argument van mijn geloof had kunnen vallen. Maar ik deed het niet. En dus stond ik vorige week zondag gewoon weer in de straat waar Sinterklaas tijdens zijn intocht voorbij zou trekken.

Op zaterdag en woensdag zetten mijn kinderen hun schoen. Als ouders zorgen wij dat de groentekist in de keuken niet alleen aardappelen, uien, andijvie, sperziebonen en spruiten bevat, maar ook penen en appels. Losse suiker maakt dezer dagen plaats voor klontjes, want Americo houdt alleen maar van suikerklontjes. Konijn Snuf eet altijd hooi en een plukje van dat spul doet het ook leuk in een schoen: hooi d’r bij dus en dan zingen rond de kachel. Mijn favoriet is ‘Zie de maan schijnt door de bomen’. Dat komt niet alleen door die halve noten in de melodie, die voor extra drama zorgen (‘Ja hij rijdt bij donk’re nachten op zijn paardje, o zo snel’), maar ook omdat het zo’n beeldende tekst is. Ik ben opgegroeid in een huis met puntdak, maar het huis waarin wij nu wonen – en vele huizen om ons heen – hebben platte daken. Vanaf het balkon zie je door de zwiepende takken van de kale bomen dus niet alleen de lichtjes van kamers aan de overkant, maar ook een plat dak erboven. Laat dus maar komen die knol.

Op vijf december vieren we Pakjesavond bij opa en oma. Vooraf is iedereen in opperste spanning, waarschijnlijk heeft iemand al gehuild voordat het echt zover is. Daar wordt dan op de deur geklopt, we zien een witte hand gul strooien met pepernoten en suikergoed. Wij erachteraan. Als we even later de deur openen is De Hand allang weg: druk druk druk. Maar niet zonder iets achter te laten: de met pakjes en gedichten van de Dichtpiet gevulde wasmand van Curver. De gedichten bevatten altijd genoeg aardige dingen om voor een kadootje in aanmerking te komen. En als er een pakje bijzit in de vorm van een bal dan is dat geen bal totdat-ie uitgepakt is en je kunt roepen: “Ohé, een bal!”.

Als alle kadootjes uitgepakt zijn, is iedereen even stil. Van blijdschap, van teleurstelling, dat weet je nooit van elkaar. Maar we sluiten steevast af met ‘Dag Sinterklaasje, dahag, dahag, dahag, dahag, Zwarte Piet. Dag Sinterklaasje, dahag, dahag, luister naar ons afscheidslied’. Wie niet?

Arturo Frituro

121