06sep2003
 

“In de laatste wedstrijd van het seizoen speelde 14 mei onze F1 tegen de F1 van De Meer, medekoploper. Ongeveer 60 ouders, broers, zussen, opa’s en oma’s, neven en nichten en gewone fans van beide teams stonden rondom het veld. 7-1 voor de onzen. Een anti-deceptie (sic) noemde een van de De Meer toeschouwers het. Bloemen, patat en AA voor beide elftallen, het was weer gezellig op de Taba velden.”

F1: Het legionairsteam van de jeugd

Het huidige TABA F1 is op z’n Amsterdams genoemd een samenraapseltje, een echt legionairselftal. Uit verschillende teams kwamen ze vorig jaar zomer bijeen: E4, F2, F4, Fx, van buiten TABA zelfs. Het Denemarken van ’92, het Brazilië van ’02, het Holland van ’04(?). In het begin was het wennen aan elkaar: “Wie is u eigenlijk?”. Diverse spelers hebben in de eerste trainingen nog stage gelopen bij de F1. Want we hadden te weinig spelers. Aan de kinderen zelf werd overgelaten of ze bij het team wilden komen spelen of dat ze wilden blijven in hun eigen vertrouwde achttal.

Uiteindelijk hadden we begin september een team: Jochem, Boy, Ruben, Yossef, Tom, Gijs, Gabriël, Marijn, Max, Emiel. Ik denk dat er 4 ex-teams en drie scholen ten grondslag liggen aan dit team, maar dat het wel de beste voetballertjes waren (zijn?) uit de F-jeugd bij TABA. Waarom zoveel nadruk op dit samenraapseltje? Omdat we bij TABA zo voorzichtig zijn met het klutsen van teams. Pietje moet bij Jantje blijven spelen omdat ze vriendjes zijn, omdat ze op dezelfde school zitten, omdat ze al twee jaar samen spelen, omdat hun ouders allebei een auto hebben, enzovoorts, om maar wat onzinredenen te noemen die nix met voetballen te maken hebben. Tuurlijk heeft het wat moeite gekost van dit zooitje een team te maken. De trainingen van de F1 waren en zijn wat dat betreft een genot om naar te kijken. Schelden, huilen, klagen bij de trainer, frustraties, wie is de beste, wie mag op doel bij de penalties, wie trapt de corners, wie wint de estafette, wie de penaltiewestrijd. Zelfs Sinterklaas heeft op 4 december een heel gedicht gewijd aan de training van de F1.

Maar dan de zaterdag. De dag dat het moet gebeuren. De Dag. Winnen. Alle onenigheid is bijgelegd. Winnen. Er staat een eenheid. Verbazingwekkend voor de trainer en voor de coach. Gevochten wordt er om elke meter. 2-0. Achter, dat maakt toch niet uit. Mouwen omhoog. Niet, nooit opgeven. Het Feijenoord van Amsterdam. Ingedeeld in de tweede klasse tegen gerenommeerde clubs als Amstelland, DWV, OSV, IVV, so what. Altijd leuk is om te zien hoe de “reserves” langs de kant hun ploeggenootjes volfanatiek staan aan te moedigen wanneer het er echt om gaat, zoals toen bij die 2-2 stand tegen De Meer, bloedstollend. Wat ook leuk is, en geweldig stimulerend, is dat elke zaterdag niet alleen álle kinderen maar ook de ouders er zijn. Alle ouders, of tenminste één van beide, en dus niet alleen zij die moeten rijden. En dat zij fanatiek, maar positief, meeleven. Het vloeken van coach Harrie, het brommen van de opa’s van Ruben, Gabriël en Boy, het genadeloos toezien van trainer Bregt, de luide stem van Stefan, de te weinig hoorbare stemmen van Saskia en José, koffie halen voor elkaar, kortom een echte gezellige bende op de zaterdagmorgen.

En het gaat goed. In de voorjaarscompetitie staan ze bovenaan dankzij het doelsaldo. Jazeker, want waren ze in het begin van het seizoen een heuse counterploeg vanuit een betonnen defensie (3-2-2 opstelling), inmiddels gaat het scoren ze steeds gemakkelijker af en wordt de speelwijze daarop afgesteld (2-2-3). Al vraag ik mij af of de spelers dat in de gaten hebben. Die laten zich zoals echte F-jeugd betaamd niet leiden door coaches en opstellingen. Die gaan gewoon voetballen.

Een leuk team dus. Vermoeiend soms op de woensdagmiddag. Maar genieten op de zaterdagmorgen. En voor trainer en coach steeds weer een verrassend team: zien wat ze nog niet konden, wat ze al weer bijgeleerd hebben en wat ze nog steeds niet kunnen. Leuk dat klutsen van spelers, leuk dat bijeen brengen van de besten uit de F!! Moeten we vaker doen.

Groet, Bregt Remijn

156
156